
Dik, mijn man, is maniakaal obsessief bezig met bordspellen. Dat is een understatement voor iets dat inmiddels bizarre vormen heeft aangenomen. Ik kan u hiervan een verpletterend voorbeeld geven:
Niet zo lang geleden keerde ik terug van een verre wereldreis van een jaar waarin ik aan mijzelf gewerkt heb. Dat was nodig, vond ik, voor mijn zelfinzicht en voor de bewustwording van mijn plek in de wereld – al dan niet met of zonder mijn man, al dan niet in een huis dat veel lijkt op een sociologisch museum waar bejaarde kleuters op leeftijd elkaar prijzen geven voor het optimaliseren van de ordening van houten blokjes.
Die man merkte overigens pas na drie dagen dat mijn wereldreis voorbij was toen ik, tijdens het het avondeten, tegen hem zei: “Zeg Dik, tijdens mijn retraite in Patagonië heb ik geleerd dat jouw systeem voor het opbergen van dobbelstenen eigenlijk een vorm van vermijdingsgedrag is.”
“Oh?” was zijn licht verbaasde antwoord, terwijl hij verder ging met het ontpunchen van de kickstarter van Food Chain Magnate.
Mijn man noemt de bordspelwereld “een warme gemeenschap”.
Net als een veteranenvereniging uit 1954 een warme gemeenschap is.
En daar zat ik dan. Ik heb in Peru tussen de bergen gezeten, in Japan gezwegen in een zenklooster en in Canada geleerd dat een mens soms afstand moet nemen van systemen die hem langzaam geestelijk uithollen.
Tegenover mij zat mijn man.
Ingespannen rommelend in tientallen plastic organizers vol houten schijfjes.
Er was hier iets veranderd.
Sterker nog: tijdens mijn afwezigheid had hij drie nieuwe spellen gekocht over middeleeuwse handel in zout.
Drie!
Alsof iemand dacht:
“Wat ontbreekt er nog in de wereld? Juist. Nog een man die uitlegt hoe je efficiënt zout vervoert.”
Maar het meest opmerkelijke was niet mijn man.
Het was de wereld waar hij deel van uitmaakt.
De bordspelwereld is namelijk geen hobbywereld.
Het is een mannenrepubliek met dobbelstenen.
Negentig procent van de bordspelwereld is man.
- Mannen die spellen ontwerpen.
- Mannen die prijzen uitreiken.
- Mannen die podcasts maken van vier uur.
- Mannen die discussiëren over “mechanische elegantie” alsof ze bruggen bouwen voor Rijkswaterstaat.
En vrouwen?
Ze zijn er wel, in die wereld. Ze hebben ondersteunende en dienende taken. Ze mogen in het beste geval illustreren of krijgen een stageplek in de marketing.
Dat vond ik misschien nog wel het treurigst.
Hoe ik daarbij kom? Op de website bordspelwereld.nl is een index waarin ontwerpers en vormgevers in beeld komen. Ga eens naar auteurs. Je weet niet wat je ziet! Er zijn nauwelijks vrouwen. Bij illustratoren iets meer. Waarom? Omdat illustreren binnen deze wereld de veilige, ondersteunende rol is. De decoratieve rand om het mannelijke denkwerk heen.
De mannen bedenken de systemen. De vrouwen mogen de vosjes tekenen.
Wat een toeval weer.
Ik zat vorig jaar naast een groep mannen op een spellenbeurs. Allemaal in de leeftijd tussen de 48 en de dood. Ze spraken twintig minuten over een worker-placementmechanisme alsof ze de vrede in het Midden-Oosten probeerden te herstellen. Geen enkele vrouw aan tafel.
Natuurlijk niet. Die waren waarschijnlijk thuis de was aan het doen terwijl hun partner op BoardGameGeek uitlegde waarom “de nieuwe editie inferieur is aan de Duitse print uit 2012”.
En het wonderlijke is: niemand binnen die bordspelwereld vindt dit vreemd.
Sterker nog – zodra je het benoemt, krijg je onmiddellijk dezelfde reactie als bij mannen die vinden dat er “tegenwoordig niks meer mag”.
“Maar vrouwen spelen toch ook spellen?”
Ja. Kinderen eten ook in restaurants. Dat betekent nog niet dat ze de chef-kok zijn.
En dan die eindeloze mannelijke lofcultuur.
Elke week zie ik volwassen kleuters elkaar feliciteren met het uitbrengen van “een innovatieve tweespeler over economische spanningen in 17e-eeuws Vlaanderen”.
Vervolgens reageren vijf andere kleuters:
“Briljant design.”
“Prachtige decision space.”
“Zo strak.”
Alsof iemand een harttransplantatie heeft uitgevoerd in plaats van een puntenspoor rond kartonnen haringen heeft bedacht.
Wat mij fascineert is niet eens die spellen zelf. Het is het absolute zelfvertrouwen van mannen die hun hele leven in een gesloten systeem hebben geopereerd en daardoor werkelijk zijn gaan denken dat hún interesses automatisch universeel zijn.
Daarom bestaan er inmiddels achttienduizend spellen over:
- middeleeuwse handel,
- treinroutes,
- koloniale economieën,
- grondstoffen,
- scheepvaart,
- oorlog,
- Romeinen,
- gilden,
- koningen,
- meer oorlog,
- en mannen met baarden die in 1427 een belastingtarief moesten vaststellen aan een rivier.
Leest u dit mevrouw? Het zijn, Godbetert, allemaal mannendingen. Maar een spel over de mentale uitputting van vrouwen die een volledig huishouden draaiend houden terwijl hun partner “nog één solo-campagne” wil doen? Dat bestaat natuurlijk niet. Dat zou ineens “te niche” zijn.
En ondertussen blijft die hobby zichzelf feliciteren met haar zogenaamd inclusieve karakter omdat er tegenwoordig een vrouw op de cover staat met een leren harnas en een bijl.
Dat is geen emancipatie. Dat is marketing met okselbescherming.
Mijn man beweert altijd dat bordspellen mensen samenbrengen. Dat klopt – in beperkte zin.
Het brengt vooral mannen samen die opvallend veel felgekleurd fleece dragen met op hun rug het logo van – alweer – een nieuwe reviewgroep. Mannen die op sociale media zinnen schrijven als: “Deze euro heeft zóveel interessante keuzes.”
Huh… Interessante keuzes.
Hoor je jezelf?
Je verplaatst een houten kaas, nota bene. Is dat een “interessante keuze”?
En daarom wil ik, na een jaar van meditatie, zelfonderzoek en innerlijke groei, eindigen met een oprechte oproep aan alle vrouwen die deze column lezen.
STOP HIERMEE!
Stop met het kritiekloos financieren van deze mannenwereld.
Koop geen spellen meer van mannelijke ontwerpers.
Niet “soms wel”.
Niet “alleen die ene klassieker”.
Gewoon: niet.
Geen nieuwe Feld.
Geen nieuwe Lacerda.
Geen jubileumeditie van een man die al vijfentwintig jaar dozen vult met bruine gebouwen en economische depressie.
Laat ze het eens zonder vrouweninkomsten proberen.
Want geloof me: de bordspelwereld verandert pas wanneer mannen merken dat er iets ernstigers dreigt dan een verkeerde balans in een worker-placementspel.
Namelijk omzetverlies.
Misschien dat ze dan eindelijk ontdekken wat vrouwen al decennialang weten: Dat een systeem waarin steeds dezelfde mannen elkaar prijzen voor steeds dezelfde ideeën niet “een warme gemeenschap” is.
Maar gewoon een bejaarde jongensclub met houten geld.



Geef een reactie