Dik, mijn man, wordt oud.

Niet op een waardige manier trouwens. Meer op de manier waarop yoghurt oud wordt. Je weet dat het nog nét kan, maar je ruikt toch eerst even voorzichtig aan het bakje.
Hij koopt leesbrillen in sets van 10 en zei laatst om kwart voor tien dat het “al best wel laat” was.
Sinds mijn pensioen zie ik hem vaker en dus valt het op: het is een oude man geworden.

Ik heb ook meer tijd om na te denken. Over de toekomst. Dat schijnt normaal te zijn op mijn leeftijd. Sommige vrouwen gaan aquarelleren. Andere vrouwen kopen een elektrische fiets en beginnen ineens over “kleine geluksmomentjes”. Ik niet. Ik denk na.
Over de toekomst.
Dat is best raar, om meer na te gaan denken over de toekomst, want op onze leeftijd heb je daar steeds minder van.

Ik lig ’s nachts wakker van één vraag: Wie gaat er later voor hem zorgen? Voor Dik dus.
Want ik heb daar eerlijk gezegd geen plannen voor gemaakt.

Wij hebben geen kinderen. Dat was vroeger een principiële keuze, maar blijkt achteraf vooral financieel handig. Geen studieschuld, geen festivals, geen schoonzoons met een knotje.
Maar het heeft ook een nadeel: niemand gaat later zeggen: “Kom pap, we nemen je gezellig in huis.”
En eerlijk gezegd zou mijn man dat ook niet willen. Hij wil niet tussen jengelende kleinkinderen zitten. Hij wil tussen spellen zitten.

Zijn hele sociale leven bestaat uit mannen die ruiken naar regenjas, koffie en lichte teleurstelling. Mannen die drie uur kunnen praten over de balansproblemen van een uitbreiding waarvan wereldwijd twaalf exemplaren zijn verkocht.
Dat zijn geen vrienden meer. Dat zijn collectible meeples met een verhoogd cholesterol.
Diep triest

En toch kreeg ik hoop!
Deze week zag ik op televisie een interessante docu over zo’n knarrenhofje.
U kent het wel: Seniorenwoningen rondom een binnentuin waar mensen gezamenlijk soep eten en naar merels kijken alsof dat een activiteit is.

En ineens dacht ik: Waarom bestaat dit niet voor bordspelspelers?
Nou?
Dat is echt geen vreemde gedachte hoor!
Waarom bouwen we geen afgesloten ouderencomplex voor dat soort mannen die hun hele leven houten blokjes over tafels hebben geschoven?
Ik zie het volledig voor me: kleine seniorenbungalows rondom één enorme speelzaal.

Geen stiltehoek, geen bibliotheek, geen jeu-de-boulesbaan, geen koersbal.
Nee.
Een gigantische hal met honderd of meer Kallaxkasten tot aan het plafond waarin ze hun gezamenlijke verzamelingen hebben uitgestald.
Iedere kast alfabetisch geordend.
Niet op moeilijkheidsgraad, want dan krijg je weer een burgeroorlog over de vraag of Brass ingewikkelder is dan Gaia Project en voor je het weet ligt er iemand met een kunstheup tegen een Terraforming Mars-doos aan.

Ik zie het voor me: die mannen schuifelen ’s morgens naar binnen met rollators waar deckboxen aan hangen.
Om negen uur begint een groepsuitleg van “Eufraat en Tigris”.

Om elf uur wordt de eerste speler kwaad omdat iemand onterecht een actie heeft teruggedraaid.
Om half één arriveert de thuiszorg.
“Goedemiddag heren, eerst even de steunkousen.”
“WACHT EVEN TRUDY IK ZIT IN EEN GEVECHT.”

De centrale keuken serveert praktische seniorenmaaltijden: zoutloos eten in de vorm van houten grondstoffen.
Iedere tafel heeft ingebouwde bekerhouders, vergrootglazen en een noodknop voor ernstige situaties zoals:

  • een verdwenen startspelerfiche;
  • een omgevallen insert;
  • of iemand die zegt dat Monopoly eigenlijk best gezellig is.

In de recreatiezaal hangt een AED naast een onafgemaakte campagne van Gloomhaven die inmiddels langer duurt dan sommige huwelijken.

En geloof me: dit zou functioneren.
Want oude mannen hebben structuur nodig en die van mij wel heel erg.
Andere ouderen gaan koersballen.
Bordspelmannen willen zeven uur lang zwijgend naar karton kijken terwijl iemand fluistert:
“Als jij nu graan neemt, stort zijn economie volledig in.”

Dat IS hun sociale intimiteit.
Ik maak hier geen grapje… ik leef al bijna veertig jaar met zo’n man
Sterker nog: ik denk dat veel van die mannen alleen nog leven uit pure nieuwsgierigheid naar hun volgende Kickstarter.

“Levering verwacht in Q4 2031.”
Nou, dan moet opa dus nog even door.

En ergens zit daar natuurlijk iets diep treurigs in.
Veel mannen verliezen op leeftijd hun werk, hun routine en uiteindelijk ook hun sociale kring. Maar geef ze een tafel, een handleiding van 32 pagina’s en een houten scoremarker, en ineens hebben ze weer een doel in het leven.
Dat vind ik oprecht mooi.
Al moet ik erbij zeggen dat ik daar zelf absoluut niet ga wonen.
Hij gaat maar lekker alleen!

Ik eindig niet tussen twintig mannen die een poging tot een gesprek beginnen met: “Normaal speel ik dit nooit met de Scandinavische uitbreiding…”

Ik ben daar gek!
Ik zoek later een appartement aan zee. Dat is gezond. Mijn moeder doet dat ook en is bezig om honderd te worden. Ze bridgt nog en wint van me met rummykub.

Ik denk aan maximaal één bezoekmoment per maand voor mijn man.
Mits hij zich eerst aanmeldt via BoardGameGeek.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Waarschuwing!

Welkom in mijn leven, waar sarcasme op het aanrecht ligt en mijn echtgenoot — een bordspelverzamelaar met huishoudallergie — dagelijks de bron is van mijn ergernissen. Verwacht geen tips, wel treffende observaties, bittere grappen en het geluid van een vrouw die al voor de derde keer deze week een was doet terwijl hij “even snel iets opzet dat maar 90 minuten duurt”.

Voor wie houdt van ironie met een vleug lipstick: Ik ben mevrouw Verschuur en ik ben dit blog begonnen als lotgenotengroep voor vrouwen die ooit dachten: “Wat kan er mis zijn met een man die houdt van spelletjes?”