Mijn man is een priemgetal

Dik, mijn man, werd gisteren eenenzeventig. Voor normale mensen is dat een leeftijd. Voor hem bleek het een mathematische openbaring. Nog vóór ik koffie had gezet stond hij al naast het bed te fluisteren dat 71 een priemgetal is. Alsof ik anders de hele dag in onzekerheid had verkeerd. Sindsdien loopt hij rond als een soort numerologische paus.

“Je begrijpt het niet,” zei hij ernstig terwijl hij pindakaas op een cracker smeerde, “71 is alleen deelbaar door zichzelf en één.”
Dat weet ik, dacht ik. Net als jij. Emotioneel vooral.

Plotseling moest alles draaien om zijn zogenaamde priemverjaardag. Op Facebook verscheen een bericht waarin hij zichzelf omschreef als “in the prime of his life”. Dat vonden zijn bordspelvrienden schitterend. Binnen een kwartier regende het reacties van mannen met profielfoto’s waarop ze peinzend naar een stapel speldozen kijken.

“Welkom bij de primus inter pares,” schreef iemand.
Ik weet wat dat betekent. Het is Latijn voor: wij zijn allemaal even vreemd, maar jij net iets erger.

Ik keek ondertussen naar mijn man, die al drie kwartier probeerde uit te rekenen hoeveel spellen hij nog kon kopen vóór zijn dood statistisch waarschijnlijk wordt. Dat schijnt ontspanning te zijn.
“Tssss… in the prime of his life,” mompelde ik later nog eens.
Daar merk ik anders bijzonder weinig van.

Andere mannen van eenenzeventig kopen een cabrio, beginnen aan wijnproeverijen of nemen een vriendin van vijftig. Mijn man bestelt een uitbreiding waarin nieuwe houten visfiches zitten. Soms hoor ik hem enthousiaster praten over “deluxe resource tokens” dan ooit over onze trouwdag.
Ik vroeg wat hij eigenlijk verwachtte van zo’n priemverjaardag.
“Een zekere mathematische elegantie,” antwoordde hij.
Dat is precies het soort zin waardoor een huwelijk langzaam verandert in begeleid wonen.
Ik dacht: “ik maak wel een taart”.

’s Middags kwamen er natuurlijk bordspelvrienden langs. Mannen die allemaal tegelijk praten maar uitsluitend over spoorlijnen, worker placement en inserts van foamcore. Binnen tien minuten zat iedereen aan tafel alsof ze onderhandelingen voerden over een kernwapenverdrag.
Mij man zat zichtbaar te glanzen.
Daar zat hij dan: de primus inter pares. De eerste onder gelijken. Een soort grijze alfaman van de kartonnen vierkantjes.

Dat is trouwens het mooie aan bordspelspelers. Ze denken werkelijk dat ze een elite vormen omdat ze vrijwillig regels van 32 pagina’s lezen. Als Napoleon ooit had geweten dat mannen van boven de zeventig later ruzie zouden maken over asymmetrische startopstellingen, was hij direct gestopt met Europa veroveren.

Op een gegeven moment zei iemand eerbiedig:
“71 is trouwens ook een emirp.”
Ik dacht eerst dat het een nieuwe Midden-Oosterse dipsaus was, maar blijkbaar betekent het dat je het getal kunt omdraaien en dat het dan opnieuw een priemgetal is.
Mijn man keek trots als een hond met zeven piemels.

Ik zei: “Bij jou werkt dat ook. Als ik je omdraai, blijf je precies even wereldvreemd.”
Niemand lachte. Bordspellers herkennen sarcasme alleen wanneer het als Kickstarter-exclusive wordt geleverd.

Ik had dus een enorme vierkante vruchtentaart gemaakt. Met bosbessen, aardbeien, frambozen en witte druiven. Een kunstwerk, eerlijk gezegd. In het fruitpatroon had ik zelfs groot het getal 71 verwerkt, omdat meneer plotseling vond dat zijn verjaardag een mathematisch hoogtepunt in de menselijke beschaving was. Iedereen bewonderde die taart.

“Wat prachtig gedaan,” zei iemand.
“Wat elegant,” zei een ander.
Mijn man keek ernaar alsof ik persoonlijk de Sixtijnse Kapel opnieuw had geschilderd, maar dan met blauwe bessen.

Het bittere was alleen dat zijn echte cadeau ín de taart verstopt zat.
Niet symbolisch. Letterlijk.

Maar ik was even vergeten dat mijn man en zijn bordspelvrienden functioneren als een kolonie laboratoriumratten zodra er eten verschijnt tijdens een spellendag.
Mijn man begon namelijk onmiddellijk punten toe te kennen aan de fruitverdeling.

“Strategisch gezien zijn de aardbeien ondervertegenwoordigd,” zei hij.
Een ander schoof frambozen van het ene stuk naar het andere “voor balans”.
Iemand opperde zelfs dat de druiven asymmetrisch lagen maar “wel mathematisch interessant”.
Dat zijn dus mannen van boven de zeventig.
Mannen die vroeger belastingformulieren invulden en hypotheken afsloten.
Nu discussiëren ze over de tactische waarde van bosbessen.

Op een gegeven moment hoorde ik een harde KRAK.
Mijn man verstijfde.
Iedereen keek.

Daar zat hij. De primus inter pares. De keizer van de kartonnen spoorlijnen. Met een stuk taart in zijn hand en stuk wit karton tussen zijn kiezen alsof hij zojuist op een landmijn had gebeten.
Hij haalde het langzaam uit zijn mond.

“Wat is dit?” vroeg hij geschokt.
Dat, dacht ik, is jouw verjaardagscadeau, Sherlock.
Een van zijn vrienden wees naar de taart en stamelde: “oh wat erg!”

Iedereen werd stil.
Mijn man keek ontroerd.
Echt ontroerd.

Toen zei hij zacht:
“Turing Machine… hoe wist je dat ik die nog niet heb?”

Op dat moment wist ik weer precies waarom vrouwen gemiddeld ouder worden dan mannen.

Later op de avond blies hij zijn kaarsjes uit. Heel plechtig. Alsof hij niet gewoon een man met leesbril was die vorige week nog twintig minuten zocht naar zijn eigen autosleutels.
“Mooi,” zei hij zacht. “Een ondeelbare leeftijd.”

Toen keek hij tevreden de kamer rond, als een oude filosoof die eindelijk één is geworden met het universum.

En ik dacht alleen maar:
je bent misschien in the prime of your life, kerel, maar helaas volledig getrouwd met karton.

Één reactie op “Mijn man is een priemgetal”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Waarschuwing!

Welkom in mijn leven, waar sarcasme op het aanrecht ligt en mijn echtgenoot — een bordspelverzamelaar met huishoudallergie — dagelijks de bron is van mijn ergernissen. Verwacht geen tips, wel treffende observaties, bittere grappen en het geluid van een vrouw die al voor de derde keer deze week een was doet terwijl hij “even snel iets opzet dat maar 90 minuten duurt”.

Voor wie houdt van ironie met een vleug lipstick: Ik ben mevrouw Verschuur en ik ben dit blog begonnen als lotgenotengroep voor vrouwen die ooit dachten: “Wat kan er mis zijn met een man die houdt van spelletjes?”