Waarom is een computer een jongetje?

Wat mij nu toch weer is overkomen. Ik heb alweer een nieuwe computer. Dat klinkt alsof ik een vrouw ben die de techniek met vaste hand tegemoet treedt, maar dat is niet zo. Ik heb op die oranje alleen nog maar een gedichtje getikt. Dat kon ik vervolgens meteen niet meer terugvinden, zoals gebruikelijk, maar daar gaan we het nu niet over hebben. Een mens kan niet elke column beginnen met dezelfde nederlaag.

Het zit zo: Nog geen kwartier nadat ik de foto had geplaatst, met dat oranje computertje op mijn bureau, kreeg ik een appje van een man uit Didam.
Wat ik voor die computer wilde hebben.

Dat vond ik een moeilijke vraag. Niet omdat ik wist wat zo’n ding waard was, maar omdat ik er al behoorlijk aan gehecht was geraakt. Hij stond leuk. Vooral als de zon erop scheen. Bovendien wist ik inmiddels dat het een iMac G3 Clamshell was. Althans, dat dacht ik. Later begreep ik dat het eigenlijk een iBook was, maar tegen die tijd had ik al geld aangenomen, dus dan wordt de waarheid minder dringend.
Toen ik wat verder zocht, las ik dat het een verzamelaarsobject was.

En daar zat ik dan. Onbedoeld van de ene verzamelgekte in de andere gerold. Eerst bordspellen. Nu oude computers. Wat is dat toch met mannen, dat ze hun huis willen vullen met oude meuk waar ze ook nog veel geld voor willen betalen? Zet een apparaat twintig jaar in een kast, laat het vergelen, geef het een kabel die niemand meer herkent, en ineens heet het geen rommel meer maar erfgoed.

Omdat ik mijn buik inmiddels meer dan vol heb van dat soort mannen, en omdat ik dat computertje best leuk vond, besloot ik een belachelijk bedrag te noemen.
Nog geen twee minuten later kreeg ik antwoord: hij was akkoord.
Sterker nog: hij vroeg of hij diezelfde avond nog mocht langskomen om hem op te halen.
Dat was veel te snel. Twee vragen drongen zich aan me op.

  • Waarom is een computer altijd een jongetje?
  • En wat zou er gebeurd zijn als ik het dubbele had gevraagd?

Dat laatste zat me niet lekker. Ik voelde me overrompeld door de snelheid, geïntimideerd door het bedrag en belazerd door mijn eigen gebrek aan hebzucht. Dat is een nare combinatie. Ik had het gevoel dat ik er weer eens was ingetuind. Met boter en suiker. En waarschijnlijk ook met een donzig belevingsveertje erop. Ik was veel te snel akkoord gegaan.

Maar de man was al onderweg.
Vanuit Didam.
Dat is het vervelende aan Didam. Zolang iemand daar nog is, kun je alles afzeggen. Maar zodra zo’n man in de auto zit, begint er een morele klok te lopen. Elke kilometer richting Den Haag maakt het moeilijker om te zeggen: “Weet u wat, ik heb mij bedacht.” Eerst denk je: ach, hij is pas bij Arnhem. Dan: hij zit al voorbij Utrecht. En voor je het weet rijdt hij bij Gouda en ben jij juridisch, ethisch en emotioneel bijna eigenaar-af.
Bovendien was dat ding, op de keper beschouwd, niet eens van mij. Het was van Dick.
Mijn man heeft namelijk behalve een bordspelverzameling ook een lange rij oude Apples staan. Sommige mensen hebben herinneringen. Dik heeft apparaten. Daar kijkt hij af en toe naar met dezelfde blik waarmee andere mannen naar hun kleinkinderen kijken. Alleen hebben die kleinkinderen meestal geen SCSI-aansluiting.

Ik besloot daarom al mijn vrouwelijke krachten in te zetten om er alsnog een betere deal uit te slepen. Toen de man aanbelde, nam ik hem mee naar boven. Daar stond het computertje. Oranje. Glanzend. Alsof het zelf ook niet begreep dat het net verkocht was.
Ik zag de blik van de man.
Hebberigheid.
Niet een beetje interesse. Niet gewone nostalgie. Nee, het soort blik dat mannen krijgen wanneer ze iets zien waarvan ze al tegen hun vrouw hebben gezegd dat het “echt de laatste” is. Een blik waarin jeugd, schuldgevoel en Marktplaats samensmelten tot één vochtige pupilvergroting.
Toen wist ik dat mijn plan zou slagen.
Hij noemde het bedrag. Ik knikte. Hij telde langzaam de briefjes uit, alsof hij in een film zat. Ik trok de kabels los, deed de computer in een Lidl-tas en bedankte hem heel vriendelijk terwijl ik het geld in mijn portemonnee stak.

De man keek verbaasd.
“Maar de harde schijf en de muis horen er ook bij?”
“O?” zei ik.
Ik kan heel goed “O?” zeggen. Dat is een onderschat wapen. Het klinkt dom, maar is in werkelijkheid een rookgordijn.
“Ja,” zei hij. “Die horen erbij.”
“Volgens mij heeft u een bedrag voor de laptop betaald,” zei ik. “Niet voor die andere spullen. Kijk maar in uw appje.”
“Maar ik bedoelde alles.”
“Dat had u dan moeten schrijven.”
Daarna wees ik naar de harde schijf.
“Bovendien staan daar persoonlijke gedichten op.”

Dat was niet waar. Of misschien wel. Ik weet niet waar mijn gedicht is gebleven. In de digitale wereld is alles mogelijk. Misschien stond het op die schijf. Misschien in de cloud. Misschien in een mapje dat ‘Nieuwe map definitief echt deze gebruiken’ heet. Feit blijft: persoonlijke gedichten zijn een uitstekend onderhandelingsmiddel. Niemand wil verantwoordelijk zijn voor het kwijtraken van poëzie van een vrouw met een paarse bril.
“En die muis,” zei ik, “past ook bij die grote iMac die ik nog heb. Die is dan wel blauw, maar dat vind ik niet erg.”

Toen zweeg ik.

Dat was het belangrijkste deel van de onderhandeling.
Zwijgen.
Ik wist: wie nu als eerste iets zegt, verliest.

Wat kan een minuut lang duren. Vooral met een man uit Didam in je werkkamer, een Lidl-tas met een oranje computer erin en je eigen geweten ergens onderin de bestekla.
Hij keek naar de muis.
Hij keek naar de harde schijf.
Hij keek naar mij.
Ik keek terug met het gezicht van een vrouw die desnoods ter plekke nog een gedicht zou schrijven om haar leugen te ondersteunen.
Toen brak hij.

“Hoeveel wilt u extra voor de andere spullen?”
“Met de kabels erbij?”
vroeg ik.
“Ja graag.”

Kijk.
Zo werkt handel.
Niet met BGG-prijzen, niet met emotionele waarde, niet met “zeldzaam” en “moeilijk verkrijgbaar” en “deze editie zie je bijna nooit”. Nee. Handel werkt met iemand die iets wil hebben en iemand anders die precies op tijd haar mond houdt.
Ik noemde een bedrag.
Niet belachelijk. Dat stadium waren we voorbij. Ik noemde een bedrag dat een man niet meer kan weigeren zonder te moeten erkennen dat hij net te gretig heeft gekeken. Dat is de beste prijscategorie.
Hij betaalde.
Ik gaf hem de muis, de harde schijf, het modem en een bos kabels waarvan ik niet zeker weet of ze erbij hoorden. Maar kabels zijn bij mannen als laurierblaadjes in stoofpot: niemand weet precies wat ze doen, maar zonder voelt het incompleet.

En zo kwam het dat ik nu voldoende geld heb voor een nieuwe MacBook Pro. En een printer. Misschien ook nog een groot los scherm, want als een vrouw zich uit haar digitale wurggreep probeert te bevrijden, mag dat best in een prettige resolutie.
Nu rest nog deel twee van mijn plan.

Ik moet Dick vertellen dat ik zijn Clamshell heb verkocht Of iBook. Of hoe dat oranje ding ook heette.
Nu was hij voor de helft van mij, vind ik. Hij stond immers in mijn kamer, op mijn bureau, in mijn foto en naast mijn Kuifje-raket. Dat zijn juridisch sterke argumenten, zeker binnen een huwelijk waarin mijn helft van zijn bordspelkamer ook al jaren wordt ontkend.
Dus is het maar half zo erg als hij zal beweren.
Bovendien ben ik niet onredelijk. Als ik slim inkoop, houd ik genoeg over om hem honderd euro te geven voor een nieuwe Kickstarter. Ik wed dat hij daarmee akkoord gaat. Mannen zijn principieel tot je hun rouwproces in karton kunt uitbetalen.

Dan blijft – aan het eind van mijn verhaal, nog één vraag over.
Waarom is een computer altijd een jongetje?
Mijn man zegt: omdat het “de computer” is.
Dat is geen antwoord. Dat is grammatica met een hoge dunk van zichzelf.
Mij lijkt het veel logischer dat een computer een meisje is. Wij kunnen namelijk meerdere dingen tegelijk. Bij mannen gaat dat geheid fout. Laat een man tegelijk luisteren, zoeken, opslaan en verbinding maken, en binnen vijf minuten moet hij opnieuw worden opgestart.

Maar goed.
De oranje is weg.
De man uit Didam is tevreden.
Ik heb geld.
Dik weet nog van niets.
En ergens op een harde schijf, in een cloud of in de achterbak van een auto richting Gelderland, staat misschien mijn gedicht.
Dat vind ik eerlijk gezegd wel passend.
Mijn eerste digitale werk is meteen verkocht.
Voor veel meer dan mijn man ooit voor een bordspel heeft gekregen.

Één reactie op “Waarom is een computer een jongetje?”

  1. Marjoleine avatar
    Marjoleine

    Hilarisch, heerlijk, herkenbaar( zelfs zonder zelf een oranje computertje te bezitten), leuk leesvoer!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Waarschuwing!

Welkom in mijn leven, waar sarcasme op het aanrecht ligt en mijn echtgenoot — een bordspelverzamelaar met huishoudallergie — dagelijks de bron is van mijn ergernissen. Verwacht geen tips, wel treffende observaties, bittere grappen en het geluid van een vrouw die al voor de derde keer deze week een was doet terwijl hij “even snel iets opzet dat maar 90 minuten duurt”.

Voor wie houdt van ironie met een vleug lipstick: Ik ben mevrouw Verschuur en ik ben dit blog begonnen als lotgenotengroep voor vrouwen die ooit dachten: “Wat kan er mis zijn met een man die houdt van spelletjes?”