Dik, mijn man, dacht mij dit jaar te verrassen met een kampeervakantie naar Zweden.
Dat moet u zich even voorstellen.
Wekenlang kwam hij met zogenaamde toevalligheden. Ineens las hij artikelen over hoe goedkoop Zweden wel niet was. Vervolgens bleek je er overal gratis te kunnen kamperen. Daarna herinnerde hij zich ineens dat vrienden van ons, die we al tien jaar niet gezien hadden, daar een bed and breakfast waren begonnen.
“Hoe zou het met hen zijn?”
“Hoor je nog wel eens iets van hen?”
“Ja hoor!” loog hij met een stalen gezicht.
En of ik wel wist hoezeer we die schitterende muziek van Abba onterecht hadden gediskwalificeerd.
“Zullen we Pytt i panna eten, vanavond?”
Leer mij mijn man kennen. Ik rook onraad.
“Wat toevallig allemaal,” zei ik.
“Ja, bijzonder hè?” zei hij, terwijl hij nog net niet met een Zweedse vlag door de woonkamer liep.
Een paar dagen later begon hij over de rust in Zweden en de mooie uitzichten over de roggevelden.
En daar had ik hem eigenlijk al door, de smiecht.
Want mijn man en rust zijn twee begrippen die elkaar zelden ontmoeten. Een man die vrijwillig met vier andere mannen acht uur lang over een spelbord hangt om een denkbeeldige kolonie op Mars te optimaliseren, moet niet ineens doen alsof hij verlangt naar de stilte van Scandinavische bossen.
Dus ben ik eens gaan googelen en binnen een kwartier kwam de aap uit de Zweedse mouw.
Het ging helemaal niet om Zweden.
Het ging om FryxCon.
Een bijeenkomst van de familie Fryx, in Karlstad. De Fryxen blijken een familie die, voor zover ik kon nagaan, bestaat uit precies negentien broers en zussen, allemaal voorzien van baarden, Bijbels en bordspellen. Aardige mensen, daar niet van. Ik gun ieder mens zijn hobby en zijn geloof. Maar als de familiefoto meer weg heeft van een afbeelding uit een geschiedenisboek over de negentiende eeuw, dan weet ik dat ik niet tot de doelgroep behoor.
Oh… al die broers en zussen werken met elkaar in een bedrijfspand op een industrieterrein in Karlstad.
En daar… in dat pand en op het parkeerterrein van dat pand zou een “festival” zijn.
Blijkbaar was het idee dat wij daar zouden overnachten op Thermarest-matjes op een betonnen vloer in hun spellenmagazijn.
Ik vroeg me af of hij werkelijk dacht dat ik tweeduizend kilometer zou gaan rijden, mij door Zweedse muggen zou laten leegzuigen, een tweede hypotheek zou nemen voor een fles wijn en vervolgens als een dakloze padvindster tussen de kartonnen dozen zou gaan liggen, zodat meneer een prototype van een nieuw spel kon uitproberen.
En hij dacht werkelijk dat hij dit slim had aangepakt.
Na dertig jaar huwelijk.
Alsof ik gisteren geboren ben.
Mijn man begrijpt nog steeds niet dat hij vroeger moet opstaan als hij mij om de tuin wil leiden. En vooral veel subtieler te werk moet gaan. Want zodra hij drie keer achter elkaar ergens enthousiast over wordt, weet ik al dat er onraad is.
Dus besloot ik het spelletje mee te spelen.
“Misschien moeten we inderdaad eens iets anders doen deze zomer,” zei ik.
Hij keek alsof hij zojuist de Nobelprijs had gewonnen.
Ik stelde voor om rustig met de camper langs de Rijn af te zakken. De Lorelei. Koblenz. Mooie wijngaarden. Elke dag een klein stukje rijden. Gezellig kamperen. Geen stress. En natuurlijk iedere avond spelletjes.
Hij hapte onmiddellijk.
“Wat een goed idee!” zei hij. “Nadat we terugkomen uit Zweden?”
Zijn hoopvolle blik vond ik ontroerend. Een labrador kijkt soms ook zo wanneer hij denkt dat hij een koekje krijgt.
“Nee Dik, in plaats van.”
Want het hele plan lag al weken klaar.
Ik had mijn moeder namelijk ingeschreven voor een Rijncruise van De Zonnebloem.
En wij zouden die route gewoon volgen.
Iedere middag parkeren wij ons campertje naast de kade waar het schip aanlegt. Dan ga ik gezellig bij mijn moeder op bezoek. Tegen etenstijd mag hij ook aanschuiven. En daarna kunnen we met de andere passagiers de avond doorbrengen met Rummikub.
Mijn man keek mij aan alsof hij door een kudde elanden was overreden.
“Maar… de hele vakantie?”
“Ja schat. Gezellig.”
“Elke avond Rummikub?”
“Dat wilde jij toch? Vakantie combineren met spelletjes.”
Sindsdien is het opvallend stil in huis.
Ik hoor geen positieve berichten meer over de Zweden en hij draait ook geen Abba meer.
Geen verhalen over gratis kamperen. Geen foto’s van rode houten huisjes.
Hij heeft geleerd dat je een oude vos niet zomaar vangt met een Zweedse gehaktbal of een eindeloze shuffle van ABBA’s Greatest Hits op Spotify.
De sukkel die denkt zijn vrouw op zo’n simpele manier te kunnen manipuleren, doet er verstandig aan niet alleen vroeger op te staan, maar ook te beseffen dat zij al wakker is, de koffie op heeft en ondertussen zijn wekker een uur vooruit heeft gezet.
Ik heb het ook even laten vertalen door Deepl:
“Min dumskalle till man trodde att jag skulle följa med honom till Sverige för naturens skull, den stackars pajasen.”










Geef een reactie