Een keurmerk voor beschaving: GNS-correct

Er zijn van die dingen waarvan je denkt: waarom heeft nog niemand daar eens een commissie voor opgericht?
De wolf heeft een commissie. Stikstof heeft een commissie. Zelfs voor het behoud van de geelbuikvuurpad bestaan complete adviesraden. Maar over een veel groter maatschappelijk probleem zwijgt men.
Ik heb het natuurlijk over bordspelregels.

U denkt misschien dat ik over onduidelijke uitleg begin. Over handleidingen die geschreven zijn door mensen die kennelijk Nederlands hebben geleerd uit een gebruiksaanwijzing van een Tsjechische vaatwasser. Dat is erg genoeg. Maar nee, het probleem zit dieper.

De gemiddelde spelregel is geschreven vanuit de veronderstelling dat er slechts één soort mens bestaat: de man.
“De speler kiest een kaart. Vervolgens legt hij deze af.”
Hij.
Altijd hij.
Nooit zij.
Nooit hen.

Het mag inmiddels duidelijk zijn dat ik me flink kan opwinden over de mannelijke blik in de bordspelwereld en over de hardnekkige ontkenning daarvan. Zelfs door vrouwen.
Maar dit moet toch iedereen zijn opgevallen. En ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben die daar kromme tenen van krijg.
Altijd “hij”.
Alsof Gerda uit Zwolle niet gewoon een worker placement-spel kan spelen zonder schriftelijke toestemming van haar echtgenoot.

Kennelijk zitten er volgens de uitgevers uitsluitend mannen aan tafel. Vrouwen mogen hooguit de koffie brengen, een schaal blokjes kaas neerzetten en af en toe vragen hoe lang het nog duurt voordat de tafel weer vrijkomt voor normale mensen.
Mijn man ziet het probleem niet.
“Dat is toch gewoon een algemene vorm?” zegt hij dan, terwijl hij zijn drieduizendste houten schaapje sorteert.
Ja, vroeger noemden ze lood in de verf ook een algemene vorm. En asbest in het plafond.
De geschiedenis leert dat “zo doen we het altijd” meestal de voorbode is van een uitzending van Andere Tijden.

Het wordt tijd voor regels.
Niet spelregels, maar regels voor spelregels.
Er moet een Gender-Neutrale Spelregelnorm komen.
Afgekort de GNS.
Een onafhankelijke instantie, gevestigd in een lelijk kantoor op een bedrijventerrein in Amersfoort, waar twaalf deskundigen met een leesbril en een kop lauwe koffie handleidingen controleren.
“Speler één neemt drie kaarten. Daarna mag die speler een actie uitvoeren.”
Kijk: zo moeilijk is het niet.

Of nog beter:
“De actieve speler neemt drie kaarten.”
Geen gedoe.
Geen hij.
Geen zij.
Iedereen blij.
En spellenuitgevers die zich netjes gedragen, mogen een keurmerk op de doos plakken.

Een grote ronde sticker met daarop: Gecertificeerd Gender-Neutraal Reglement
Misschien met een regenboog, een pionnetje en een tevreden meeple.

Ik zou er als vrouw onmiddellijk op letten.
Net zoals je tegenwoordig op een doos eieren kunt lezen of de kip een prettig leven heeft gehad, moet je op een spellendoos kunnen zien of de handleiding niemand uitsluit.

Dik, mijn man, vindt dat onzin. Die vindt ook dat de kleur van opbergdozen er niet toe doet en dat achttien verschillende varianten van Carcassonne noodzakelijk zijn voor een gezond huwelijk.
Zijn mening heeft dus beperkte wetenschappelijke waarde.

Uitgevers die weigeren zich aan de norm te houden, zouden geen boete hoeven krijgen. Dat gaat te ver.
Nee, die moeten verplicht worden om hun eigen handleiding hardop voor te lezen tijdens de speluitleg op een spellenbeurs.
Na drie uur “de speler legt zijn kaart naast zijn kaart en daarna mag hij nog een kaart pakken” komt vanzelf het inzicht.
En voor de hardnekkige gevallen bestaat er een heropvoedingstraject.
Twee dagen cursus in een zaaltje van Van der Valk.
Inclusief koffie, een droge appelpunt en workshops met titels als:
“Inclusief formuleren voor beginners.”
“Van hij naar hen in zeven eenvoudige stappen.”
En natuurlijk:
“De actieve speler bestaat echt.”
Want uiteindelijk gaat het nergens over.

En tegelijkertijd over alles.
Spellen zijn er immers voor iedereen.
Voor mannen, vrouwen, kinderen, grootouders en die ene oom die elk spel probeert te winnen alsof de NAVO ervan afhangt.
Dus waarom zouden de regels doen alsof uitsluitend Henk uit Vlaardingen met zijn bierbuik en zijn Star Wars-T-shirt bestaat?

De beschaving wordt niet gebouwd door grote daden.
De beschaving wordt gebouwd door kleine dingen.
Een voetgangerslicht.
Een prullenbak.
En een spelregel waarin niet automatisch wordt aangenomen dat iedereen een hij is.

Al zou ik persoonlijk beginnen met een andere sticker.
Niet op de doos.
Maar op mijn man:
“Beperkt geschikt voor huishoudelijk gebruik.”

Dat lijkt me een stuk nuttiger.

Één reactie op “Een keurmerk voor beschaving: GNS-correct”

  1. Wil Dessauvagie avatar
    Wil Dessauvagie

    Nou mevrouw Verschuur.nl
    Ik begrijp uw verhaal heel goed!
    De laatste tijd gebruikte term hij/zij is ook niet echt de oplossing.
    Dus Uw voorstellen mee eens, als het mogelijk is zou ik er patent op aanvragen.
    Succes ermee!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Waarschuwing!

Welkom in mijn leven, waar sarcasme op het aanrecht ligt en mijn echtgenoot — een bordspelverzamelaar met huishoudallergie — dagelijks de bron is van mijn ergernissen. Verwacht geen tips, wel treffende observaties, bittere grappen en het geluid van een vrouw die al voor de derde keer deze week een was doet terwijl hij “even snel iets opzet dat maar 90 minuten duurt”.

Voor wie houdt van ironie met een vleug lipstick: Ik ben mevrouw Verschuur en ik ben dit blog begonnen als lotgenotengroep voor vrouwen die ooit dachten: “Wat kan er mis zijn met een man die houdt van spelletjes?”