Breek me de bek niet open. De hele week heb ik weer niets aan die man gehad. Niets. Noppes. Nada.
’s Morgens om zes uur hoor ik al het gekraak van zijn bureaustoel. Daar zit hij dan. PHP te schrijven. Ik weet niet eens wat PHP is. Volgens mij een aandoening die je oploopt van te weinig daglicht en te veel koffie.
Vanaf dat moment verandert ons huis in een soort klooster.
Ik mag hem niet storen.
Mijn telefoon moet op vliegtuigstand.
De televisie mag niet aan.
De radio is taboe.
En zelfs de hond wordt geacht zijn natuurlijke behoeften met gepaste waardigheid uit te voeren. Het beest mag nog net ademhalen, maar als hij het in zijn kop haalt om een wind te laten, kijkt meneer alsof de Russen zijn binnengevallen.
De hele dag hoor ik niets anders dan gezucht, gesteun en gekreun.
Dan denk ik nog: die man ligt op sterven, ik moet een priester bellen.
Maar nee.
Hij zit gewoon code te schrijven.
Buiten is hij niet geweest. Zonlicht heeft hij uitsluitend leren kennen uit Wikipedia-artikelen.
En dan vanochtend.
Uit het niets.
“HALLELUJAAAA!”
Ik schrok me een vierkante hartverzakking.
Ik dacht dat hij een verschijning had gehad.
Dat de Heilige Maagd hem was komen vertellen dat hij eindelijk nuttig ging worden.
Maar nee.
Het was af!
Meneer had een advertentiecomponent gebouwd.
Een advertentiecomponent.
Volgens hem was het een technisch wonder.
Volgens mij een paar digitale laatjes waar uitgevers en spellenwinkels advertenties in kunnen zetten.
Maar als je hem hoorde praten, had hij zojuist voetschimmel en kalknagels genezen, de wereldvrede geregeld en de files in de randstad opgelost.
Met de verwachte opbrengst konden zijn websites – want één website is kennelijk voor amateurs – weer een jaar in de lucht gehouden worden.
Het zijn er inmiddels acht.
Acht!
ACHT!
Normale mensen hebben een hobby. Mijn man is opperhoofd van een uitgestrekte digitale archipel.
En als je denkt dat bordspellen een dure hobby zijn, dan weet je nog niets van serverkosten.
Zijn bureau staat pal naast een onpeilbaar diep zwart gat. Van het geld dat daarin verdwijnt, kan een middelgroot gezin een keurige s.u.v. rijden.
Geen lullig tweedehands boodschappenkarretje.
Nee.
Een keurige s.u.v. met extra’s.
Maar volgens meneer is alles wat hij doet “liefdewerk oud papier”.
Liefdewerk oud papier.
Die opmerking alleen al doet mij pijn in het diepst van mijn ziel.
Want mijn familie, mijn famile weet tenminste wat oud papier is.
Mijn opa en oma trokken met een hondenkar door Haarlem om oud papier op te halen.
Daarmee hebben ze een gezin van negen kinderen grootgebracht.
Voor een kilo houthoudend krantenpapier kregen ze een halve cent.
Dat was oud papier.
Dat was werken.
Dat was liefde.
En dat was geen man die in een nylon joggingbroek en een leesbril achter een beeldscherm zit te juichen omdat hij een advertentieformulier aan de praat had gekregen.
“Liefdewerk oud papier.”
Me reet.
Als mijn grootvader zaliger nog had geleefd, had hij die jongen eens goed aan zijn oren getrokken en gezegd:
“Jongetje, als jij dit liefdewerk oud papier noemt, dan heb ik vroeger de complete bibliotheek van Alexandrië op mijn hondenkar vervoerd.”
En weet u wat het ergste is?
Volgende week begint hij gewoon weer opnieuw.
Dan zit hij om zes uur ’s morgens weer achter zijn computer om een beurtvolgordeapp te bouwen.
En dan moet de hond opnieuw fluisteren.










Geef een reactie