Mijn man (ik noem hem altijd Dik) heeft een bijzonder talent: hij kan een bordspel kopen zonder dat hij zelf vindt dat hij een bordspel heeft gekocht.
Een paar weken geleden stond er een pakjesman voor de deur. Zo’n jongen die mij inmiddels bij naam kent. Dat is gezellig, maar ook zorgelijk. Je wilt niet dat de pakketbezorger beter weet wanneer je man thuis is dan jijzelf.
“Voor uw man,” zei hij.
“Dat zal wel,” antwoordde ik.
“Ik lees uw stukjes. Ik ben een fan!” glunderde hij.
“Dat meen je toch niet?” zei ik.
Mijn man kwam inmiddels aangesneld alsof de bezorger een donorhart kwam afleveren.
Ik vroeg wat erin zat.
“Niets bijzonders.”
Dat antwoord kende ik al. “Niets bijzonders” blijkt meestal een doos van vier kilo te zijn. Dat zegt hij ook als hij thuiskomt met een nieuwe kast om de vorige nieuwe spellenkast in te zetten.
Hij verdween met de doos naar zijn spellenkamer. Een uur later liep ik langs en zag dezelfde doos open voor zijn deur liggen.
“Zeg Dik, ik dacht dat het niets bijzonders was?”
“Nee,” zei hij. “Het is ook geen nieuw spel.”
Ik keek naar de glimmende doos.
“Wat is het dan?”
“Het is een verherverbeterde editie.”
Dat is blijkbaar iets heel anders. Volgens hem telt een verherverbeterde editie niet als een nieuw spel. Een uitbreiding ook niet. Een deluxe uitvoering evenmin. Een Big Box is al helemaal geen nieuw spel, want daarin zitten spellen die hij al heeft. En een jubileumeditie is eigenlijk een eerbetoon aan een spel dat hij al bezit. Op die manier kun je natuurlijk heel Nederland volbouwen zonder één nieuw huis neer te zetten.
Ik besloot eens in de kasten te kijken. Ik zag meteen drie exemplaren van hetzelfde spel.
“Waarom heb je er hier drie van?”
“Dat lijken dezelfde.”
Dat woordje lijken beviel me niet. Bij Dik blijkt alles wat geld kost ineens een filosofische discussie te worden.
“Ze zijn ook dezelfde.”
Hij schudde zijn hoofd zoals een docent natuurkunde reageert op een leerling die denkt dat de zon om de aarde draait.
“Nee. Deze is uit 2012. Die uit 2016 heeft aangepaste spelregels. En die derde heeft een andere illustrator.”
Ik keek naar de dozen. Alle drie hadden ze een kasteel op de voorkant. Alle drie hadden ze een ridder. Alle drie waren ze vierkant. En volgens mij had die illustrator zichzelf ook niet heel erg uitgedaagd.
Mijn man keek mij aan alsof ik een kunstmuseum was binnengelopen en had gevraagd waarom alle schilderijen eigenlijk rechthoekig zijn en begon vervolgens uit te leggen waarom de kleuren warmer waren, de iconografie duidelijker en de speelervaring vloeiender.
Ik zag zijn mond bewegen maar hoorde alleen nog maar het woord “vloeiender”.
Vloeiender vind ik een mooi woord voor water. Niet voor kartonnen fiches. Volgens mij speelde hij inmiddels meer met woorden dan met spellen.
“Misschien, Dik… misschien wordt het tijd om eens wat spellen weg te doen.”
Hij keek naar de overvolle planken. Voor het eerst sinds jaren leek hij even na te denken.
Diezelfde avond zette hij zijn leesbril af. Dat doet hij alleen als hij iets heel serieus wil laten klinken.
“Ik koop voorlopig geen nieuwe bordspellen meer…”
Ik hoorde de violen al aanzwellen. Als hij nog even doorging, verwachtte ik dat hij zijn hand op de Bijbel zou leggen of op de foto van zijn moeder.
“Eerst verkoop ik twintig spellen.”
Dat vond ik een mooi getal. Groot genoeg om indruk te maken, klein genoeg om haalbaar te lijken.
“Prima,” zei ik. “Wanneer begin je?”
“Nou, eigenlijk bén ik al begonnen.”
Dat klonk veelbelovend.
Ik liep naar zijn werkkamer. De kasten stonden er nog precies zo bij als een paar uur daarvoor. Sterker nog, de nieuwe verherverbeterde editie stond er inmiddels ook tussen.
“Welke zijn verkocht?”
“Nog geen.”
“O.”
“Maar ik heb wel een lijst gemaakt.”
Dat bleek inderdaad waar te zijn. Hij had een spreadsheet. Met kolommen; Titel, Uitgever, Jaar, Staat van het spel, Vraagprijs, Opmerkingen, Koper, Geboden bedrag.
Als Excel een olympische discipline zou zijn had mijn man inmiddels een volle prijzenkast. Alleen het onderdeel verkopen had hij nog niet ontdekt.
Een week later vroeg ik hoe het ervoor stond.
“Nou… dat zal je verbazen. Er is namelijk al een geïnteresseerde.”
“Mooi.”
“Die vroeg of ik de prijs wilde halveren.”
“En?”
“Kom op zeg… dat gaat niet gebeuren.”
Natuurlijk niet. Mijn man kan rustig een weekloon uitgeven aan een spel dat hij al jaren zoekt, maar zodra iemand vijf euro van zijn vraagprijs af wil hebben, verandert hij in een internationaal onderhandelaar.
“Het gaat om het principe.”
“Dat principe van jou kost inmiddels behoorlijk veel kastruimte.”
Nog een paar dagen later zat hij stralend achter zijn bureau.
“Ik heb geweldig nieuws!”
“Eindelijk iets verkocht?”
“Nee, maar…”
Mijn enthousiasme zakte onmiddellijk terug naar kamertemperatuur.
“… Maar ik heb een prachtige website gebouwd waarop mensen hun spellen kunnen verkopen… en ik de mijne!”
Ik keek hem aan.
“Dus om minder bordspellen te krijgen… heb jij een website gebouwd die over bordspellen gaat?”
“Ja! Hij heet bordspellenmarktplaats.nl. Ik vind het geniaal… ge-ni-aal!”
“Dat, Dik, dat klinkt ongeveer alsof een alcoholist een slijterij opent om eindelijk eens minder te drinken.”
Hij keek me aan alsof ík degene was die onlogisch redeneerde.
Ik begon een patroon te ontdekken. Zijn hobby bestaat voor een belangrijk deel uit systemen bedenken om de gevolgen van zijn hobby beheersbaar te houden. Hij heeft spreadsheets.
Hij heeft ook databases, fotoarchieven, een kast met harde schijven vol met back-ups, websites. En tegenwoordig zelfs een aparte plank voor spellen die eventueel misschien ooit verkocht zouden kunnen worden.
Dat is blijkbaar iets anders dan spellen die daadwerkelijk te koop staan.
Ik vroeg hoeveel spellen er inmiddels op die verkoopplank lagen.
“Honderdveertien.”
Ik heb nog even gekeken of hij per ongeluk de inventaris van een speelgoedwinkel had geopend.
“Dan kun je er dus makkelijk twintig verkopen.”
Hij keek naar me alsof ik een kind was dat vroeg waarom de maan niet gewoon wat dichterbij kon komen.
“Zo eenvoudig ligt dat niet.”
Nee.
Want toen begon het:
“Ik geef je een voorbeeld. Deze hier… die is inmiddels zeldzaam.”
“Die is gesigneerd. Hier: Stefan Feld. Dus met die ongesigneerde speel ik. Deze moet onbeschadigd blijven.”
“Van deze komt misschien ooit een uitbreiding.”
“Deze wil ik nog één keer spelen voor hij weg kan.”
“Die heeft emotionele waarde. Die heb ik gekocht toen we vijfentwintig jaar getrouwd waren.”
Ik wist niet eens meer dat we toen een spel hadden gekocht. Ik dacht dat we ons zilveren huwelijk hadden gevierd.
Ik wachtte nog op: “de hond is eraan gehecht”, maar zover kwam het gelukkig niet.
Een maand later stond de teller op precies één verkocht spel. Ik complimenteerde hem.
Hij glimlachte trots.
“Zie je wel dat ik het wel kan. Je moet eens wat vertrouwen in me tonen. Nog maar negentien.”
Nog diezelfde avond werd er opnieuw aangebeld.
Ik keek uit het raam naar beneden.
De pakjesman!
Dezelfde als altijd.
Maar mijn man stond al in de gang voordat ik overeind was.
“Maak je geen zorgen,” riep hij opgewekt.
“Ik heb niets gekocht!”
“Wat zit er dan in die doos?”
“O, deze bedoel je?”
Hij glimlachte zoals alleen verzamelaars dat kunnen.
“Dit is een Kickstarter. Die telt niet mee.”
“Waarom niet?”
“Die was al betaald vóór mijn belofte.”
Ik keek hem een paar seconden aan.
“Dus jij verzint tegenwoordig een nieuwe werkelijkheid waarin aankopen uit het verleden geen aankopen meer zijn?”
“Hmmm…zo kun je het ook zeggen.”
Dat antwoord bleef even in de kamer hangen. Ik heb er later nog eens goed over nagedacht.
Als alle toekomstige aankopen onder eerdere beloftes blijven vallen, kan deze man zonder enig schuldgevoel bordspellen blijven kopen tot ruim na zijn honderdste verjaardag.
Sterker nog, ik vermoed dat hij op zijn honderdste nog steeds roept dat hij “nog maar negentien spellen hoeft te verkopen.”
En als dat ooit lukt…
…koopt hij zichzelf ongetwijfeld een jubileumeditie om het te vieren.
De volgende ochtend werd er alweer aangebeld.
Ik deed zelf maar open.
Dezelfde pakjesman.
Hij keek mij aan, glimlachte verontschuldigend en haalde zijn schouders op.
“Sorry…”
“Alweer een bordspel?”
Hij knikte.
“Ik zei gisteren toch dat ik fan was.”
Ik kon hem eigenlijk geen ongelijk geven.
Er zijn nu eenmaal mensen die mijn columns lezen.
En er zijn mensen die ze mogelijk maken.
Ik ben met allebei even blij.










Geef een reactie