Filosofie en Japanse Slingers

Vanochtend kwam ik thuis nadat ik met een goede vriend op filosofieweekend was geweest.
Nu moet u daar niets verkeerds bij denken. Wij beperken ons tot datgene waarvoor de filosofie ooit is uitgevonden: het systematisch nadenken over de grote vragen van het leven. Niet om zo snel mogelijk een antwoord te vinden, maar om eerst te onderzoeken of de vraag eigenlijk wel goed gesteld is.
Bovendien; de lieverd is hartstikke gay. Dus zelfs als ik iets zou willen, zouden we er allebei weinig plezier aan beleven.

Het hele weekend hebben we gesproken over Aristoteles, Spinoza, Kant, Witgenstein, de vrije wil en de vraag waarom mensen doen wat ze doen. Ik had toen nog niet door dat ik het antwoord gewoon thuis zou aantreffen.
Onderweg naar huis kreeg ik een onheilspellend voorgevoel.
Als vrouw heb je dat.
En geloof me: dat soort gevoelens blijkt achteraf zelden op verzinsels te berusten.
Er was iets mis.

Het was namelijk opvallend stil geweest.
Dik – ik noem mijn man om begrijpelijke redenen altijd Dik – had mij het hele weekend niet één keer gebeld.
Normaal rinkelt de telefoon voortdurend.

“Waar ligt dit?”
“Waar ligt dat?”
“Hoe maak ik griesmeelpudding?”
“Ik wil een voetenbad. Hebben wij nog soda?”
“Kun je me uitleggen waarom de wasmachine piept?”
“Moet een cactus eigenlijk water hebben?”

Maar nu…

Niets.
Geen telefoontje.
Geen paniek.
Geen crisis.
Dat vertrouwde ik voor geen meter.

Nu ben ik niet het type vrouw dat meteen van het ergste uitgaat. Bovendien leek me dat ook weinig waarschijnlijk. Met temperaturen van ruim vijfendertig graden beginnen de buren na een dag vanzelf te klagen als er ergens een lijk ligt.
Toch bleef dat gevoel knagen.
Totdat ik onze straat inreed.

Ik heb in mijn leven veel gezien.
En met mijn man heb ik dingen meegemaakt waarvan een gemiddelde relatietherapeut spontaan met vervroegd pensioen zou gaan.
Maar blijkbaar had ik nog niet alles gezien.

Want daar stond ons huis.
Of beter gezegd… ons huis stond er nog wel, maar het leek alsof Tokio er een dependance had geopend.
Overal Japanse vlaggen.
Japanse slingers.
Japanse versieringen.

Ik verwachtte elk moment dat de buurvrouw zich diep zou buigen en mij een kom rijst zou aanbieden.
Ik bleef minutenlang in de auto zitten.
Mijn filosofievrind maakte foto’s.
Die dacht eerst nog dat hij per ongeluk in een cultureel festival terecht was gekomen.
Toen vertelde ik hem dat dit gewoon mijn echtgenoot was.
Hij keek me aan zoals een dierenarts kijkt naar iemand die vraagt of een goudvis ook hooikoorts kan krijgen.

Het bleek allemaal te maken te hebben met de Imperial Settlers League.
Dat is volgens Dik een grote internationale competitie.
Volgens mij is het een stel volwassen mensen dat fanatiek kaartjes op tafel legt en daar een puntentelling aan verbindt.

Maar goed.
Het Japanse team deed mee.
En dus vond mijn man dat hij zijn steun zichtbaar moest maken.
Zichtbaar.
Kennelijk bestaat er in zijn hoofd geen middenweg.
Je kunt niet gewoon denken: “Leuk, succes ermee Japan!”

Nee! Dan moet de complete woning eruitzien alsof de Japanse ambassade er tijdelijk is ingetrokken.
Op dat moment dacht ik terug aan het filosofieweekend.
We hadden uren gesproken over de vrije wil.
Bestaat die eigenlijk wel?
Of worden wij bestuurd door omstandigheden waar we geen invloed op hebben?
Ik geloof dat ik het antwoord inmiddels gevonden heb.
Ik ben namelijk ooit vrijwillig met Dik getrouwd.
Maar sindsdien heb ik sterk de indruk dat de vrije wil mij langzaam maar zeker heeft verlaten.
Ik wist werkelijk niet meer of ik moest lachen of huilen. En ook niet wat ik in mijn leven zo verkeerd had gedaan dat de Heere het nodig vond mij met deze man op te zadelen.

Ik ben weer in de auto gestapt.
Mijn filosofievrind vroeg heel voorzichtig of ik misschien een paar dagen bij hem wilde bijkomen.
Dat aanbod heb ik huilend aangenomen.

Hij heeft overigens ook een vlag aan zijn gevel hangen.
Een regenboogvlag.
Dat is óók even wennen.
Maar het is één vlag.
Niet een complete woning die eruitziet alsof de burgemeester van Kyoto op staatsbezoek komt.
Er zijn grenzen en mijn man kent die ook.
Hij ziet ze alleen als vrijblijvende suggesties.

Misschien is dát wel de grootste levensvraag die de filosofie nog moet beantwoorden: Hoe kan een volkomen verstandige vrouw al die jaren gelukkig getrouwd zijn met iemand die zonder enige schaamte een rijtjeshuis verandert in de Japanse supportershome van een kaartspel?
Als Aristoteles daar een antwoord op had gehad, had hij waarschijnlijk zelf ook een regenboogvlag uitgehangen.

Één reactie op “Filosofie en Japanse Slingers”

  1. Wil Dessauvagie avatar
    Wil Dessauvagie

    Oh lieve Els vrouw van Dik, never a dull moment met deze man, dat weet je toch wel na al die jaren, maar zonder hoe zou je leven er dan uitgezien hebben! Dat is natuurlijk een domme ‘als’ vraag, dat weet ik ook wel, maar wellicht zou je er met een filosofische slag een antwoord op kunnen vinden!
    Lieve groet voor jullie beiden!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Waarschuwing!

Welkom in mijn leven, waar sarcasme op het aanrecht ligt en mijn echtgenoot — een bordspelverzamelaar met huishoudallergie — dagelijks de bron is van mijn ergernissen. Verwacht geen tips, wel treffende observaties, bittere grappen en het geluid van een vrouw die al voor de derde keer deze week een was doet terwijl hij “even snel iets opzet dat maar 90 minuten duurt”.

Voor wie houdt van ironie met een vleug lipstick: Ik ben mevrouw Verschuur en ik ben dit blog begonnen als lotgenotengroep voor vrouwen die ooit dachten: “Wat kan er mis zijn met een man die houdt van spelletjes?”